Men moet niet denken dat wat moet worden nagestreefd van vandaag op morgen bereikt kan worden. Men zal hiervoor de tijd moeten nemen.

— Rudolf Steiner (mededelingenblad, 17 februari 1924)

Zichtbaar worden in de toekomst    

door Hans van Tol, april 2021

Initiatieven

Rudolf Steiner zegt over het woord initiatief:
Dit woord zou met gouden letters in het hart van elke antroposoof geschreven moeten staan.”

Om veranderingen aan te gaan moeten we in beweging komen. Veranderingen kun je ontmoeten, net zoals wij medemensen ontmoeten. Dit tegenkomen, als je dat in tijd uitdrukt, komt vanuit de toekomst. Wij leven de toekomst tegemoet. Over het verleden kunnen we nadenken, we kunnen dit onderzoeken en begrijpen. Daarin helpt onze biografie ons. Naar de toekomst openbaart ons leven zich. Elk moment wordt een stukje toekomst in verleden omgezet.
Bij onze geboorte beleefden wij ons eerste moment. Vol vertrouwen, nog gevuld van de geestelijke wereld waaruit wij komen, betraden wij de wereld. Onze ouders gaven ons de mogelijkheid en hopelijk ook de veiligheid om op de wereld te leven, te groeien. En elke dag te beleven: het is goed dat je er bent. Elk moment, elk uur en alle jaren lagen voor ons om te ontwikkelen en onszelf in beweging te brengen.
Langzaam namen wij de beweging van onze ouders en leraren over. De geestelijke wereld waaruit wij komen is hiermee niet verdwenen. Deze leeft nog steeds in ons. Zij is in ons handelen en doen. Deze geesteswetenschap mogen wij nu zelf in vrijheid ontdekken. De vraag: “wat wil er worden” helpt om het initiatief zichtbaar te maken. Wij kunnen leren zien hoe kosmische krachten ons helpen en ons leven vorm geven.
In het beslismoment van nu waar verleden en toekomst samenkomen ontstaat het initiatief. Dit is een besluit om het anders te gaan doen. Je komt dit tegen als een mogelijkheid, als uitdaging om het  aan te pakken om iets nieuw te laten ontstaan. Iedereen kan deze impulsen krijgen. Zij zijn gebonden aan het individu.
Ik beleefde een initiatief in 1995. Iemand vroeg mij om mee te werken aan het oprichten in Zaandam van het therapeuticum Raphael. Over het antwoord hoefde ik niet in twijfel te komen. Ik ging met haar naar de notaris en wij kwamen thuis met de getekende statuten. De Vrije School was in 1978 opgericht, als ouders waren wij daar bij betrokken. Nu was een volgende stap om een therapeuticum te openen. Er was al een arts en een aantal therapeuten en een ruimte. De uitdaging werd duidelijk:  samenwerken met elkaar, een bestuur vormen en ons in Zaandam bekend maken. Ik heb toen ervaren dat er bijzondere krachten waren die zich met het initiatief verbonden. Natuurlijk bleef het mensenwerk, maar ons enthousiasme hielp ons. Deze ervaring blijft in mijn herinnering bestaan. Nu kan ik initiatieven herkennen en weet ik dat ik ze niet uit de weg zal gaan. Elk initiatief betekent een nieuw begin. Het vraagt om samenwerken met geestelijke wezens die de mens dienstbaar terzijde staan. Open staan voor de mogelijkheden die zich aandienen wordt gemakkelijker als daarvoor een zekere alertheid is ontwikkeld in het verleden. Dan kun je met nieuw inzicht de toekomst vrij tegemoet  gaan, als samenwerking tussen mens en geest.
Zo kunnen we onze geboorte ook zien als een samenwerkend geestelijk initiatief.

Elkaar ontmoeten

Een bijzonder moment kan beleefd worden als mensen elkaar tegenkomen, elkaar ontmoeten. Wat wil dat zeggen: elkaar ontmoeten? Het etymologisch woordenboek zegt: elkaar toevallig tegenkomen of: tegemoet komen. Het werkwoord “moeten” staat centraal. Daarvan zegt het woordenboek: verplicht zijn, wat behoort, ruimte vinden. Ontmoeten is een woord dat met veel andere woorden zo is ingeburgerd dat het een gewoontewoord is geworden waar we weinig meer over nadenken. Als we dat wel doen, krijgt het een bijzondere inhoud die het moment van ontmoeten beschrijft: Letterlijk geef je elkaar de vrijheid om niet te moeten. Zoals ook in de omschrijving staat dat het toevallig gebeurd, je komt elkaar toevallig tegen, het is niet afgesproken. Daarin schuilt voor mij een bron van wijsheid. Een wijsheid waaruit een lotsplan voor ons spreekt. Een wijsheid die kansen  biedt om met elkaar in contact te komen door rekening te houden met elkaar. Zo is de privacy in het woord ontmoeten ingebouwd. Keuzes te maken om vanuit nieuwsgierigheid maar wel met respect naar de ander te gaan.
Ieder mens brengt iets unieks met zich mee. Dat ontmoeten kan je beleven als een uitnodiging om zoals dat heet elkaar beter te leren kennen. Maar dat hoeft niet. Het “ont-moet”. Je bent vrij in die keuze. Zo zijn we aangeland in een situatie die veel meer waarde heeft dan we meestal denken. Een keuzemoment vraagt altijd om bewustzijn hoe de keuze zal zijn: het is een vrije keuze. Rudolf Steiner sprak over vrijheid in zijn boek “Filosofie van de vrijheid”. In de Engelse uitgave heeft dit boek een andere titel gekregen: “The philosophy of spiritual activity”. Ik noem dit omdat hierin de werking van de vrijheid directer benadrukt wordt, namelijk verbonden met spiritualiteit. Vrijheid is spirituele activiteit. De mens is een spiritueel of geestelijk wezen. In de ontmoeting van mens tot mens staat deze geestelijke oergrond op de voorgrond. En werkt door in het inhoudelijke gesprek dat kan ontstaan. Daar zijn de nieuwe mysteriën werkzaam, tussen vrije mensen die de geest laten werken. In de coronatijd wordt dit moment van het kunnen ontmoeten met elkaar aan banden gelegd. Er wordt geen rekening mee gehouden, het wordt opgelegd. En wat gebeurt er? We beleven de waarde van elkaar ontmoeten en missen het. Gelukkig dat deze maatregelen tot gevolg hebben dat één op één gesprekken kunnen ontstaan. Dat dan weer wel.
Een andere voortgang van elkaar ontmoeten is de bewuste daad. Je kiest van te voren. Je neemt contact op met de ander en vraagt om een afspraak. Waarom? Een reden kan zijn om iets door of uit te praten. Maar het kan ook zijn omdat je alleen maar benieuwd ben naar de ander. Geen reden hebt dan open de ander te ontmoeten. Voor mij is dat in deze tijd een uitdaging en soms een “moed-daad”. Een mogelijkheid om bewust de keuze te maken: wij kennen elkaar niet maar ik wil je leren kennen. En het is een goede voortzetting die kan ontstaat uit de eerste ontmoeting die al een zekere vorm van interesse wakker maakte(?)  Maar dat hoeft niet.
Ik heb in mijn leven een periode gehad waarop ik elke maand iemand die ik beter wilde leren kennen uitnodigde om te gaan eten. We zaten dan de hele avond met elkaar te praten. Er ontstond meestal een goede vriendschap. In persoonlijke gesprekken neem je de tijd om de ander in zijn anders-zijn te leren kennen en daarvan te leren. Dat werkt naar twee kanten. Zo helpen we elkaar.
Mocht er door onbegrip naar elkaar spanningen ontstaan waardoor je afstand wilt nemen van de ander, bedenk dan dat het een uitnodiging kan betekenen om je eigen sociale oplossingsmogelijkheden in te schakelen: op zoek te gaan naar de in jouw oren gehoorde positiviteit of de eigenschappen in de ander die je wel aanspreken. Een uitnodiging om op zoek te gaan naar de juiste vragen waardoor ruimte kan ontstaan om dichter bij de ander te komen.
Maar de belangrijke eerste stap is om niet bang te zijn voor eventuele veranderingen.

Bernard Lievegoed zegt hierover:
“Overal waar echt strijd wordt geleverd, kun je de nieuwe dingen vinden.”

Samenwerken

Persoonlijke gesprekken zijn als start voor een samenwerking heel werkzaam. Dit leidt tot het weten van wat er gewild wordt. Welke mogelijkheden er in een groep leven. Dit legt de grondslag voor vertrouwen in elkaar. Aandacht voor de ander leidt onderling tot een beter begrip en harmonie.       Ik werd in 2013 voorzitter van het therapeuticum Aquamarijn in Arnhem. Om iedereen te leren kennen begon ik om met alle therapeuten en artsen een persoonlijk gesprek te voeren. Zo leerde ik hen kennen en zij mij. Ik maakte daarvan een verslag en gaf dit aan mijn gesprekspartner. Dit verslag was alleen informatie voor ons en diende ervoor dat wat gezegd werd ook juist zou zijn, als hulp om te weten dat wij elkaar goed gehoord, goed begrepen hadden.

Rudolf Steiner zegt hierover:
”Slechts in het gesprek kan een idee tot impuls worden doordat we het  al pratende beleefbaar en herkenbaar maken, voor onszelf en voor de ander. Dan ontstaat de wil die zichtbaar wordt in de toekomst.”