Zee bij le Mont St. Michel

En zo is het in de geest van de manicheïsche leer om voorstellingen te vormen die niet enkel gedachten zijn, maar die machtig genoeg zijn om in de werkelijke uiterlijke natuur in te grijpen, om in de uiterlijke natuur ook een rol te spelen.

— Rudolf Steiner (19 april 1917)

Covid-19: Enkele covidische overdenkingen

Alles was zo goed georganiseerd in onze leefwereld. We wisten allemaal precies waar we ons aan moesten houden, hoe de ordening van de maatschappij verzorgd was en ieder kende zijn taak en rol in het geheel.

Toen kwam de covid-19-pandemie.

De regering was radeloos, het volk redeloos en het land reddeloos, net als in 1672. Maar dan anders.

De regering zigzagde van de ene maatregel naar de andere, de economie kwam in één klap vrijwel tot stilstand en de mensen hielden zich ofwel te streng, ofwel niet streng genoeg aan de voorschriften en adviezen. Ieder zocht op goed geluk zijn weg tussen de uitersten: thuis werken of naar het werk, mensen mijden of gewoon handen geven en knuffelen, en zo verder.

Men zag zich ongevraagd geplaatst voor talloze keuzes waarvoor geen eenduidige antwoorden voorhanden waren. De antwoorden moesten gevonden worden naar het advies van Aristoteles: Vind het juiste midden! In dit geval tussen enerzijds lafheid of angst en anderzijds roekeloosheid of vertrouwen. Ieder moest zijn eigen standpunt bepalen, zich niet laten meeslepen door angst voor de onzichtbare vijand of door het gevoel dat er eigenlijk ‘helemaal niets aan de hand’ was.

Intussen heeft ieder vanuit zijn eigen perspectief bepaald hoe hij met deze nieuwe situatie omgaat. En aan beide uiteinden van het spectrum verdringen zich hele groepen mensen die allemaal hun eigen argumenten hebben. Het staat ieder natuurlijk vrij om vanuit zijn eigen perspectief zijn weg te kiezen. Toch valt er ook iets te zeggen voor de wil om de koers samen te bepalen. In overleg. Met argumenten. Een koers, wanneer die door meerdere mensen gesteund wordt, heeft misschien wel meerwaarde.

Terwijl dit proces het sociale leven en de media domineert kunnen we ook enkele verdiepende vragen stellen.

Wat is eigenlijk een virus? Hoe komt het dat het juist nu mensen ziek maakt? Waar komt het vandaan en wie of wat stuurt het? Of is het allemaal puur toeval?

Welke gevolgen heeft het virus op termijn voor het sociale leven? En voor het culturele leven? En het economische?

Wat is eigenlijk een virus en wat doet het? Je kunt je een virus voorstellen als een microscopisch klein zakje met daarin een biologisch programma, dat actief wordt wanneer het in specifiek soort cellen kan binnendringen om zich daarin te vermenigvuldigen en de gastheercel op te ruimen. Deze functie is vaak heel nuttig in de natuur, bijvoorbeeld in zeeën. Maar het stukje programmataal van zo’n virus kan zich ook als gevolg van een programmaverandering ten onrechte tegen gezonde cellen richten en daar schade aanrichten.

Vraag hierbij is of een virus een levend deeltje is of dat het allen maar leeft als het in een gastheercel actief is. Of is het gewoon een mechaniek? De vraag loopt parallel aan de vraag of een computer kan denken. Betekent het feit dat een computer ‘zelfstandig’ kan rekenen dat hij leeft?

Feit is dat mensen in laboratoria tegenwoordig cellen kunnen programmeren en zo de natuur kunnen veranderen of ‘verbeteren’. Waarom zou de natuur dat zelf ook niet kunnen?

We kunnen de activiteiten en mutaties van het covid-19 virus misschien inschatten als een vorm van toeval: het virus maakt willekeurig allerlei varianten aan, de meeste zijn niet levensvatbaar of hebben geen invloed. Maar af en toe is het raak: er ontstaat een variant met een nieuwe invloed op gastheercellen! Daar gaat het aan het werk. Totdat de gastheercellen een afweer ontwikkeld hebben of tot er een tegengif van buitenaf ontwikkeld is.

Allemaal toeval en actie=reactie.

Je kunt er ook anders tegenaan kijken. Zijn de natuurwetten louter algoritmen waarvan wij het programma (nog) niet geheel doorgrond hebben? Of bestaat er iets ongehoords dat het algoritme bepaald heeft en dat het algoritme eventueel ook kan aanpassen? Kan er een ‘sturende instantie’ bestaan die de natuurlijke processen leidt? En kan zo’n instantie dan zijn eigen agenda hebben om in de natuurlijke wereld in te grijpen als hij dat nodig zou vinden?

En als dat denkbaar is, zou zo’n instantie dan het goede met de mensen voorhebben of zou hij de mensen willen benadelen, van het rechte pad afbrengen? Heeft hij een eigen agenda met waar hij de mensen heen wil leiden, naar zijn eigen doelen sturen? Het is denkbaar maar zo werken de verleidende tegenkrachten volgens mij niet. Zij sussen ons in slaap met materiële welvaart of met begoochelende verleidingen, niet met ziekten en ongemak.

Vanuit het antroposofische wereldbeeld kan ik me goede sturende instanties heel goed voorstellen. Zij begeleiden ons, stimuleren ons, volgen ons mensenbestaan vol aandacht en liefde. Maar zij zijn harde leermeesters. Wanneer de mensheid als geheel ten prooi dreigt te vallen aan vernietiging van het aardse milieu, aan materialisme, egoïsme en zinsbegoocheling wordt ‘van hogerhand’ ingegrepen zoals het Joodse volk door de zeven plagen van Egypte uit slavernij gered werd en naar het beloofde land kon gaan.

Misschien moeten we bedreigingen die over ons heenkomen serieus en met respect ontvangen. Zij zetten ons aan het denken en wellicht komt er een dag dat we de boodschap erachter ook begrijpen.

Deze en veel meer gedachten roept de huidige pandemie bij mij op. Misschien kom ik op de klimatologische, sociale, culturele en economische aspecten nog eens terug. En ook op het morele aspect, dat in de huidige wereld ook niet altijd gerespecteerd wordt.

Koen Brantjes. 11 augustus 2020.